 |
 |
 |
 |
10. Twee kwijlen er meer den een!
9. Wie kwijlt, die blijft!
8. Oog om oog, bot om bot!
7. Hier heerst de wet van de domste!
6. Een kats bestaan leiden!
5. Daar lusten de katten geen brood van!
4. Hi, ha, kattenlinkerachterpoot!
3. Zoals het klokje thuis tikt, dansen de muizen op tafel!
2. Er is een tijd van komen, en een tijd van afgaan!
1. Al is de waarheid nog zo snel, mijn domheid achterhaalt haar wel!
|  |
 |
 |
 |
|