 |
 |
 |
 |
10. Kan zich niet concentreren op ademen en nog iets tegelijk!
9. Kreeg les van Klukkluk!
8. Luisterde niet naar de juf, maar likte haar gezicht!
7. Hondenbrokken kun je eten. Lettergrepen niet!
6. Was die dag ziek!
5. Zindelijkheidstraining op krantenpapier schaadt het imago van het
geschreven woord!
4. Bewegende plaatjes kijken op tv is veel leuker!
3. Bewust dom gehouden door dierenwinkel: aandoenlijke hondjes leveren
meer geld op!
2. Heeft moeite met het lezen van bekwijlde krant!
1. Kortom: gewoon te stom!
|  |
 |
 |
 |
|
|